EXTRA INFORMATIE

REGLEMENTEN

PUNTENREGELING

DRESSUURINGEN

Divoza Horseworld

REGLEMENTEN

KNHS WEDSTRIJDREGLEMENTEN

Om de sport zo goed en eerlijk mogelijk te laten verlopen hebben we met elkaar spelregels opgesteld. Naast het Algemeen Wedstrijdreglement en de Disciplinereglementen geldt het Reglement Ongeoorloofde Middelen (voor het paard), het Dopingreglement van het Instituut Sportrechtspraak (voor sporters) en het Reglement Seksuele Intimidatie van het Instituut Sportrechtspraak. De reglementen zijn zoveel mogelijk in lijn gebracht met de regels van de internationale paardensportorganisatie, de FEI.

Bij overtreding van de statutaire en reglementaire bepalingen van de KNHS is het Tuchtcollege -en in beroep de Raad van Appèl- bevoegd straffen op te leggen. De procedure van het aanhangig maken van zaken, de mogelijk op te leggen straffen en de taken en bevoegdheden van de tuchtrechtelijke colleges zijn omschreven in het Tuchtreglement.

REGELEMENTEN

Alle reglementen vind je hier (site KNHS)

PUNTENREGELING

Percentages

Gemiddeld eindpercentage

70% en hoger 3 winstpunten
65% tot 70 % 2 winstpunten
60% tot 65 % 1 winstpunt

Gemiddeld eindpercentage Aantal
minder dan 35% 3 verliespunten
35% tot 45% 2 verliespunten
45% tot 50% 1 verliespunt

Aantal punten
Concreet betekent dit voor de klassen B t/m M2 het volgende:

Score Aantal
210 punten en hoger 3 winstpunten
vanaf 195 tot 210 punten 2 winstpunten
vanaf 180 tot 195 punten 1 winstpunt

Score Aantal
Minder dan 105 punten 3 verliespunten
Vanaf 105 tot 135 punten 2 verliespunten
Vanaf 135 tot 150 punten 1 verliespunt

Concreet betekent dit voor de Z proeven het volgende:

Score Aantal
238 punten en hoger 3 winstpunten
vanaf 221 tot 238 punten 2 winstpunten
vanaf 204 tot 221 punten 1 winstpunt

Score Aantal
Minder dan 119 punten 3 verliespunten
Vanaf 119 tot 153 punten 2 verliespunten
Vanaf 153 tot 170 punten 1 verliespunt

Voor de jonge paardenproeven geldt dat 60% is behaald bij 132 punten.
Let op! Voor de Z2 pony's 20x60 meter proeven en de klassen vanaf ZZ-licht verschilt
het te behalen aantal punten per proef en geldt
de uitleg zoals hierboven beschreven voor de Z proeven niet.

Voorbeeld 1 percentageberekening punten
Maximaal te behalen punten in proef: 300
Behaald aantal punten: 175
Omrekening in percentage 175 / 3 (1% van 300): 58.33%

Voorbeeld 1 percentageberekening punten
Maximaal te behalen punten in proef: 340
Behaald aantal punten: 225
Omrekening in percentage 225 / 3,4 (1% van 340): 66.17%
Promotieregeling
Klasse B: promotie naar L1 mag bij 10 en moet bij 30 winstpunten
Klasse L1: promotie naar L2 mag bij 10 en moet bij 30 winstpunten
Klasse L2: promotie naar M1 mag bij 10 en moet bij 30 winstpunten
Klasse M1: promotie naar M2 mag bij 10 en moet bij 30 winstpunten
Klasse M2: promotie naar Z1 mag bij 10 en moet bij 30 winstpunten
Klasse Z1: promotie naar Z2 mag bij 10 winstpunten
Klasse Z2: promotie naar ZZ-Licht mag bij 10 winstpunten
Klasse ZZ-Licht: promotie naar ZZ-Zwaar mag bij 10 winstpunten

Klasse ZZ-Zwaar: promotie naar de Lichte Tour mag bij 10 en moet bij 30 winstpunten

Klasse Lichte Tour: promotie naar de Intermédiaire I is toegestaan nadat er minimaal 1x 60% is behaald in de Prix St. George proeven.

Promotie naar de Intermediaire II is toegestaan, zodra men 1x 60% heeft behaald in de FEI-dressuurproef Intermédiaire I of een daarmee vergelijkbare DS-proef.
Promotie uitsluitend via de Prix St. Georges of een daarmee vergelijkbare DS-proef is niet mogelijk.

Klasse Midden Tour: promotie naar de Grand Prix is toegestaan, zodra men 1x 60% heeft behaald in de FEI-dressuurproef Intermédiaire II of een daarmee vergelijkbare DS-proef, of 60% heeft behaald in de Future Test.

a. Ponyruiters, die rijden met een pony behorende tot de categorie B, mogen niet promoveren naar de klassen Z1- en Z2-dressuur.
b. Ponyruiters, die rijden met een pony behorende tot de categorie A, mogen niet promoveren naar de klasse M1 of hoger.
c. Promotie vanuit de klasse Z1 naar de klasse Z2, vanuit de klasse Z2 naar de klasse ZZ-Licht en vanuit de klasse ZZ-licht naar de klasse ZZ-Zwaar is niet verplicht. In de klassen Z1, Z2 en ZZ-Licht worden maximaal 40 winstpunten geregistreerd.

DRESUUURRINGEN

Hoe ziet een dressuurring eruit?

20 x 40 m           20 x 60 m

Waarom deze letters?


Bakletters zijn gemaakt om dressuurruiters en menners vaste punten te geven om een oefening op te laten zien. In de eerste klassen van de basisdressuur hoeven niet alle overgangen precies bij één letter gereden worden, maar vaak tussen twee of drie letters in. In de hogere klassen moeten alle oefeningen exact bij één bakletter gereden worden. Oefeningen die over een groter stuk gereden moeten worden, zoals bijvoorbeeld zijgangen dienen dan wel van letter ’X’ tot letter ’Y’ gereden te worden.

Afmetingen

20 bij 40 meter rijbak
De letters van een 20x40 en een 20x60 bak verschillen iets van elkaar. Een 20x40 bak wordt een kleine rijbak genoemd. Bij deze bak zijn de letters, met de klok mee: A-K-E-H-C-M-B-F.

Een bekend ezelsbruggetje hiervoor is:
Alle Friese Boeren Met Centen Hebben Een Koets

De C en de A staan tegenover elkaar op de korte zijdes, de B en de E tegenover elkaar op de helft van de lange zijdes, de K, H, M en F daartussenin. Afstanden zijn:

Van K, H, M en F tot de dichtsbijzijnde muur op de korte zijde: 6 meter
Van A naar C: 40 meter
Van E naar B, van K naar F en van M naar H: 20 meter
Van F naar B, van B naar M, van K naar E en van E naar H: 14 meter

20 bij 60 meter rijbak
Een 20X60 rijbak wordt gebruikt voor de klassen Z1 dressuur en hoger. Dit, omdat er voor bijvoorbeeld de uitgestrekte gangen meer ruimte nodig is dan voor arbeids- en middengangen.
Bij deze rijbakken komen er nog vier letters bij, namelijk V, S, R en P.
Deze letters komen tussen de K-E, E-H, M-B en B-F.
De volgorde van de bakletters wordt dan: A-K-V-E-S-H-C-M-R-B-P-F.

Een bekend ezelsbruggetje voor de bijkomende letters is: Van Stigt Rijdt Paard.

Letters op de middellijn
De letters op de middellijn in een 20X40 bak zijn D-X-G, van A naar C.
In een 20X60 bak zijn het D-L-X-I-G.

Geschiedenis
Er zijn diverse speculaties waarom deze bakletters in deze volgorde staan, maar ook waarom de ring deze afmetingen heeft. De afmetingen en letters werden sowieso al gebruikt begin 1900. Op de Olympische Spelen van 1912 werden nog geen letters gebruikt, in 1916 waren er geen Olympische Spelen vanwege WO I, maar tijdens de spelen van 1920 waren er ineens de bakletters. Niemand heeft kunnen achterhalen waar ze vandaan gekomen zijn en waarom deze letters in precies deze volgorde. Er zijn wel verschillende theorieën:

1. De Duitse Cavalerie zou tussen de barakken een ruimte hebben gehad van 20 X 60 meter, deze
    barakken hadden letters boven de deur staan.
2. De eerste letters van steden door de Romeinen veroverd.
3. De titels van adelijken.
4. In de koninklijke stallen van het vroegere keizerrijk zouden de stallen voorzien zijn van letters die   aan moesten geven waar het paard van de betreffende adelijke moest staan.

K = Kaiser
F = Furst
P = Pferdknecht
V = Vassal
E = Edeling/Ehrengast
B = Bannertrager
S = Schaztkanzler
R = Ritter
M = Meier
H = Hofsmarshall

De letters zijn bewust gekozen, voor ruiter, jury en publiek. Door de klank en het beeld van de letters zijn ze gemakkelijk te onderscheiden, en kan er goed gezien én gehoord worden waar de oefening uitgevoerd moet worden.

Bron: Bokt.nl
Bron en copyright van alle proeven zijn van de KNHS, FNRS en FEI

Er is geen commercieel belang.
Enkel een service voor ruiter en amazone
BRONVERMELDING

DRESSUURPROEVEN.NL